Laan van Nieuw Oost-indië 275 | 2593 BS Den Haag, The Netherlands | +31(0)70 365 46 77

Schilderij/schilder van de maand: Pyke Koch, Bertha van Antwerpen, 1931

Pyke Koch (15 juli 1901 – 27 oktober 1991) was een Nederlandse kunstschilder. Hij was geboren in Beek, nabij Nijmegen. Na Carel Willink is hij de belangrijkste representant van het magisch realisme.

Het magisch realisme is een kunststroming. De kunstschilder schildert (paints) fotografische beelden (images). Hij probeert een connectie te maken tussen deze realiteit en een andere of hogere realiteit.  Dit maakt dat de beelden op het schilderij hallucinerend eruit zien. Het lijkt alsof er droomeffecten zijn: magisch realistische representaties zijn vaak mogelijk maar niet waarschijnlijk (likely). In 1925 gaf de Duitse criticus voor het eerst een naam aan deze stroming.

Pyke Koch schilderde met technische perfectie, combineerde alledaagse (every day) objecten op een onwaarschijnlijke (unlikely) manier en hij gebruikte ook veel symboliek. Hij schilderde het liefst slechte buurten (neighbourhood), lelijke vrouwen, kermissen, circussen en decadente personen. Het is niet duidelijk wat hij bedoelde met deze schilderijen. Sommigen denken dat er in zijn werk referenties zijn aan het fascisme, verborgen (hidden) homoseksualiteit en een grote vrees voor de dood.

Koch had veel inspiratie van het nieuwe medium film. Hij hield van Duitse films uit de jaren twintig. De camera is geen neutraal oog maar door expressieve camera bewegingen (movements) en montage leid de film de blik van de kijkers.
In 1929 schildert hij een portret van Asta Nielsen, een Deense actrice gespecialiseerd in personages uit de zelfkant van de maatschappij (on the border of society). Twee jaar later, in 1931, schildert hij de hoed, sjaal en de bloem van Nielsen, in het nieuwe portret van Bertha van Antwerpen. Bertha heeft haar hoofd schuin in anticipatie, haar blik is melancholiek maar ook geamuseerd. Deze dingen gecombineerd met het harde licht en de plaats waar zij staat, suggereert dat Bertha een prostituee is. Koch schildert de plooien (folds) van de papierachtige huid (skin) rond haar ogen, mondhoeken en kin.

De lippenstift (lip stick) op haar lippen zou flatterend moeten zijn (maar is het niet), een veeg (smear) lippenstift is naast haar mondhoek. De kracht (power) van dit schilderij is het confronterende karakter. De gesloten achtergrond dwingt (forces) de kijker Bertha’s ruimte (space) te delen (share). Haar levensechtheid (true to life) en haar meer dan levensgrote (life-size) postuur, maken het kijken naar dit schilderij tot een benauwde (upsetting) ervaring (experience) die vanzelf respect oproept (evoke).

Leave a Comment

%d bloggers like this: